Wen-wensituatie

Gepost op:

23 januari 2021

Geschreven door:

Sylvie Smeets

Leestijd:

2 minuten

Stel je voor: je zit in een vliegtuig. Je hebt geen idee waar de reis heengaat. Dan zet het toestel de daling in. Je kijkt door het raampje en ziet een voor jou onbekend landschap. De deur opent. Je stapt uit. Je botst tegen een muur van hitte. Je wordt een vreemde geur gewaar. Je hoort geluiden die je niet kunt thuisbrengen. Er zijn mensen. Ze spreken een taal die je niet verstaat. Ze brengen je naar een huis, naar een kamer waar een bed staat… Ik denk niet dat je zonder meer gaat liggen en je ogen dicht doet, of wel?

Deze vergelijking vertel ik ouders van nieuwe kindjes als we het hebben over wennen in mijn gastouderopvang. Mijn wenbeleid is duidelijk: alle nieuwe kindjes komen eerst minstens vier uur wennen. Zonder uitzondering, of ze nou 3 maanden of 3 jaar oud zijn. Sommigen beweren dat baby’s niet hoeven te wennen. Daar ben ik het niet mee eens. Het zou niet de eerste keer zijn dat een kindje geen oog dicht doet of de fles van mij weigert.

Waarmee ik niet wil zeggen dat kindjes na de eerste vier uurtjes opvang gewend zijn. Nee, allerminst! Maar het legt wel een goede basis voor de start van de opvang. Daarbij is er niet alleen het nieuwe kindje dat moet wennen. Ikzelf mag ook dat kleine wezentje leren kennen. Want ik zeg je, er zijn er geen twee hetzelfde. Ondanks dat ik een uitgebreid intakegesprek met de ouders heb gehad en zij me de ‘gebruiksaanwijzing’ hebben doorgespeeld, is het iedere keer weer een verrassing hoe die vier uur gaan verlopen.

Maar ook de andere kinderen in de groep mogen kennismaken. De dynamiek van de groep verandert zodra er een opvangkindje bijkomt. Opeens klinkt er weer gehuil en gaat er veel aandacht naar de nieuwe baby. Flesjes, slaapjes, … Het bekende dagritme wordt soms danig overhoopgehaald. Als de nieuweling al wat ouder is, komt er een verschuiving in de rangorde en mag iedereen wennen aan zijn nieuwe plek. In dat opzicht lijkt de groep vaak op een roedel. 🙂

Ik hanteer vijf criteria om te beoordelen of het wenmoment geslaagd is: slapen, eten, spelen, troosten en welbevinden. Als de baby de oogjes heeft dichtgedaan, van het flesje heeft gedronken, de aandacht heeft verlegd naar de speeltjes en even heeft gebrabbeld en gekraaid, kan de eigenlijke opvang starten. Zo niet, maken we een vervolgafspraak.

Maar eigenlijk vind ik troosten de belangrijkste van de vijf. Als ik de traantjes van een kindje mag drogen en hij of zij weer rustig wordt op mijn arm of op mijn schoot, weet ik: het komt wel goed!

En echt, dat is volgens mij dé basis van een gezonde opvangervaring.