Blinde paniek

Gepost op:

13 maart 2021

Geschreven door:

Sylvie Smeets

Leestijd:

4 minuten

Iedere ouder heeft het vast wel eens meegemaakt. Bankje, zonnetje, boekje. Je kijkt op en… je hart slaat een slag over: je ziet je kind niet meer! Net zat hij nog in je buurt zoetjes te spelen. Koortsachtig kijk je in het rond. Niets! Het besef dringt tot je door: je bent je kind kwijt! Je hoofd draait overuren. Het ene na het andere scenario doemt op voor je geestesoog. Het telefoontje naar de hulpdiensten: “Wát bent u kwijt?!” Iedereen naar het scherm turend als het Amber-Alert verschijnt. De krantenkop die gehakt van je maakt. Zijn foto op een melkpak… De nachtmerrie van iedere ouder. En volgens mij is dat een vergelijkbare blinde paniek die een kindje met verlatingsangst ervaart.

Opeens heeft je kindje moeite met afscheid nemen, of wil hij niet meer alleen naar bed. Het ene moment is er niets aan de hand en het andere moment raakt hij helemaal overstuur als je de kamer verlaat. Je vraagt je nog af: Zou hij moe zijn of iets onder de leden hebben? Nee, waarschijnlijk is het verlatings- of scheidingsangst. Haast ieder kind rond het eerste levensjaar heeft er in meer of mindere mate mee te maken. Het is een heel normale, gezonde fase in de ontwikkeling. Je kind moet nog leren dat, ook als hij je niet ziet, dat niet wil zeggen dat je weg bent.

Wat heb ik geleerd van een kindje met extreme verlatingsangst?

Hij wou alleen maar bij me zijn: op mijn arm of op mijn schoot. Als ik een ander kindje naar bed bracht, stond hij huilend bij de deur. Als ik alleen al aanstalten maakte om van tafel op te staan om een ander kindje te helpen met het smeren van zijn boterham, was hij in totale paniek. Dit alles gaf veel onrust. Niet alleen bij het kindje zelf, maar ook bij de andere kinderen en mijzelf. Ik deel hierbij de lessen die ik heb geleerd.

    Les 1: Vertragen

    Als ik snel iets wou doen, al bleef ik in dezelfde kamer, was hij me ‘kwijt’. Ik ging dus bewust mijn tempo aanpassen zodat hij me met z’n blik kon volgen. Dan was het goed. Het liefste had hij nog dat ik aan tafel boekjes zat te schrijven of een klusje aan het aanrecht deed. Dan wist hij waar ik was en ging hij onbezorgd spelen.

    Les 2: Zeg wat je doet en doe wat je zegt

    Hoe verleidelijk het ook is om er ongemerkt tussen uit te sneaken, het is op lange termijn geen goed plan. Je kindje raakt er alleen maar meer van overtuigd dat je opeens verdwenen bent. Hij zal je te allen tijde met argusogen volgen. Dus zeg: “Ik ga nu de baby in zijn bedje leggen en dan kom ik weer terug.” En ga dan niet nog snel die stapel wasgoed opruimen, en nog even een doekje over de wastafel halen, en …

    Les 3: Zorg voor jezelf

    Ik zal heel eerlijk zijn: het gehuil ging me door merg en been en putte me emotioneel uit. Ik heb destijds serieus overwogen gehoorbescherming aan te schaffen. Op het moment dat jij niet lekker in je vel zit, zal dit alleen nog meer onrust bij het kindje teweegbrengen. Uiteindelijk heb ik andere manieren gevonden om er mee om te gaan, lees verder.

    Les 4: Zie de dingen die wel goed gaan

    Dit kindje wilde constant bij me zijn, maar liet zich wel gewoon in bed leggen en ging slapen. Soms zijn het maar hele kleine dingen die wel goed gaan, maar zie ze en benoem ze. En hoe vervelend het soms ook is, ergens is het ook een compliment. Het wil dat in ieder geval zeggen dat het kindje aan je gehecht is.

    Les 5: Maak tijd

    Het kindje doet dit niet om jouw plannen te dwarsbomen. Hij wil bij je zijn. Zijn veilige haven. Natuurlijk kan dat niet altijd. Zeker niet in de gastouderopvang. Maar op de momenten dat het wel kan, geef dan positieve aandacht aan het kindje. Lees samen een boekje, geef hem een massage of maak een puzzel.

    Les 6: Essentiële oliën

    In samenspraak met de ouders hebben we essentiële oliën ingezet bij dit kindje. Dit gaf van meet af aan verlichting. Uiteraard heb ik zelf ook de oliën gebruikt om beter met de situatie om te kunnen gaan.

    Inmiddels is het een hele vrolijke jongen, maar dat onrustige zit in zijn karakter. En dat kindje uit de inleiding? Die zat gewoon twintig meter verderop in de zandbak te spelen. Eind goed, al goed.